zondag 22 januari 2017

Beperkte schaatsmogelijkheden, ook nog de komende dagen

Er is vandaag op heel wat plaatsen in Vlaanderen voorzichtig geschaatst. Dat was meestal op ondergelopen weiden en ondiepe poeltjes. De Kraenepoel in Aalter is vandaag enkele uren vrijgegeven, want het ijs was dik genoeg. In de loop van de namiddag kwam er helaas opnieuw een schaatsverbod, omdat het ijs aan de opstapplaats begon te verbrokkelen (bron: Radio 2 Oost-Vlaanderen).

De Kraenepoel in Aalter deze middag: een paar uur lang open voor schaatsers (foto: Stefan De Baets)


Die zwakke plekken langs de kant zijn een bekend fenomeen bij dit soort zonnig kwakkelweer. Overdag dooit het licht en door de zonnestraling warmt op ondiepe plaatsen de bodem op. Die bodem geeft zijn warmte af aan het water erboven, waardoor het ijs aan de kanten langs onderen afsmelt.
Daarbij komt nog dat iedereen vaak op dezelfde plek op en af het ijs stapt, waardoor de belasting op die plek groter is. En op de foto's die Radio 2 postte op de sociale media, zag ik op de Kraenepoel ook veel wandelaars op het ijs. Ook die belasten het ijs veel meer dan schaatsers. Wandelaars zijn immers veel trager en blijven daardoor langer druk uitoefenen op dezelfde plek. Ze kunnen zich ook veel minder snel uit de voeten maken als het ijs begint te scheuren. Daardoor is wandelen op dun ijs ook veel gevaarlijker dan schaatsen op datzelfde ijs.

De komende dagen blijft het net koud genoeg om die beperkte schaatsmogelijkheden in stand te houden. Waar je vandaag veilig kon schaatsen, zal dat de komende dagen normaal gezien ook mogelijk zijn. Waar het ijs vandaag nog niet sterk genoeg was, zal daar helaas weinig bijkomen. Dat ijs blijft dus onbetrouwbaar.

Morgen maandag vriest het 's ochtends in de omgeving van Gent een graad of 5 (update 23/01: de bewolking kwam al vrij vroeg binnen. Nadat het kwik rond 22u al tot -4° was gezakt, liep het daarna weer op tot 0 à -1°C). In tegenstelling tot de vorige dagen, krijgt de zon het veel moeilijker. Nevel, mist en lage wolken domineren een groot deel van de dag het weerbeeld. Daardoor blijft het ook langer koud in Oost-Vlaanderen. Als de mist blijft hangen, is een ijsdag mogelijk.

De verwachte minima voor morgenochtend volgens het Harmonie-weermodel (bron: weerplaza.nl)


Mist en lage wolken temperen wel de vorst in de nacht van maandag op dinsdag. Veel kouder dan -1°C wordt het dan waarschijnlijk niet. Het kan tot dinsdagnamiddag duren voor de zon weer tevoorschijn komt. De maxima liggen dinsdag rond 3 of 4°C.

In de nacht van dinsdag op woensdag klaart het opnieuw uit, waardoor de minima opnieuw rond -4° à -5° liggen. Dat zou woensdagvoormiddag voor vrij goede schaatscondities moeten zorgen. Overdag loopt het kwik op tot +4°C. Er is wel één belangrijk verschil met vandaag: de lucht is vochtiger en het dauwpunt ligt een pak hoger, rond 0°C. Het ijs kan het woensdagnamiddag dus lastiger krijgen.

Donderdagochtend vriest het nog eens flink, met minima rond -5°C. Overdag is het zonnig, bij maxima rond 4°C. De dauwpunten zijn opnieuw een stuk lager dan op woensdag. Donderdag kan dus opnieuw een vrij goede schaatsdag worden, vooral dan voor de middag.

Vrijdagochtend zou schaatsen ook nog altijd moeten lukken, maar dan lijkt het uit met de pret. Er steekt een matige zuidenwind op en de maxima klimmen naar +7 of +8°C. Zelfs met een dauwpunt van -8°C wordt dat te hoog. Maar we bouwen het nodige voorbehoud in. Mogelijk wordt de verzachting de komende dagen nog wat uitgesteld en kunnen we dit mini-schaatswintertje nog een beetje rekken.





zaterdag 21 januari 2017

Weinig gunstige vooruitzichten

De voorbije dagen is er hier en daar in Vlaanderen op natuurijs geschaatst, meer bepaald op enkele ondiepe ondergelopen meersen en erg ondiepe poeltjes. Op grotere en diepere vijvers, poelen, plassen en meren is het ijs nog volstrekt onbetrouwbaar. Helaas zal dat de komende dagen weinig of niet veranderen. Het kwakkelweer houdt nog een tijdje aan, maar overdag wordt het nèt iets te zacht en 's nachts vriest het niet hard genoeg om de ijsvloer behoorlijk te doen aandikken. Hooguit komt er nog een centimeter of twee bij de komende dagen, daarna lijkt de kans op dooi sterk te vergroten.

De weerkaart van de voorbije nacht: 


Het vrij koude weertype hebben we nog altijd te danken aan een Europees hogedrukgebied, met een uitloper naar de Britse Eilanden. Als er al een stevige ijsvloer had gelegen, is dit soort weertype ideaal om het ijs in stand te houden en levert het prachtige schaatsdagen op: zonnig, weinig wind en niet al te koud, terwijl de schaatsvloer door de droge lucht vrijwel intact blijft. Jammer genoeg ligt er nu nog te weinig ijs om hiervan te kunnen profiteren.

Morgen trekt het hogedrukgebied zich wat verder terug naar het oosten, zodat de wind bij ons naar het zuiden ruimt. De lucht is nog droog. Onder een heldere sterrenhemel koelt het tegen morgenochtend af tot -6°C, of lokaal zelfs nog wat kouder. Onder een blakende zon klimt het kwik overdag naar +4°C.
Maandag ontstaat er een tweede hogedrukkern, boven het Kanaal. De wind valt dan grotendeels weg bij ons. We kunnen dan wel te maken krijgen met nevel en mist. In dat geval komt het kwik maandag overdag nauwelijks boven nul, na een nacht met minima rond -4°C.
Nevel, mist en lage wolken temperen de vorst in de nacht van maandag op dinsdag. Het blijft bij lichte vorst, allicht rond -1 of -2°C. Dinsdag overdag zou de zon weer wat terreinwinst boeken, bij maxima rond 4°C.

Woensdag schuift ook de nieuwe hogedrukkern door naar het oosten. In eerste instantie is dat goed nieuws. Het wordt opnieuw helder, met woensdagochtend minima rond -4°C en maxima rond +4°C, een beetje hetzelfde weer als dit weekend. Maar vanaf donderdag lijkt het er op dat de hogedrukkern te ver wegtrekt en we in een strakke zuidelijke stroming terecht komen. Die voert gevoelig zachtere lucht aan. Vanaf vrijdag vriest het 's nachts nog nauwelijks en lopen de maxima op tot 7°C of hoger. Dat zou meteen het einde betekenen van deze wat koudere periode. De winter afschrijven, doen we absoluut nog niet. Een nieuwe koudere periode in de loop van februari blijft uiteraard nog altijd tot de mogelijkheden horen.

IJsdikte
Omdat het vannacht lokaal matig gaat vriezen, groeit de ijsvloer op ondiep, stilstaand water de komende nacht 1 tot 2 centimeter aan. Maandagochtend kan daar nog een centimetertje bij komen, maar daarna stabiliseert de aangroei. Vanaf vrijdag begint de ijsvloer dan weg te dooien. Grootschalige schaatsmogelijkheden zitten er dus niet in. Waar de voorbije dagen op ondergelopen meersen is geschaatst, blijft dit allicht tot komende vrijdag mogelijk.

De "ijspluim" voor het zuiden van Nederland (bron: winterplaza.nl)



donderdag 19 januari 2017

IJs groeit traag verder tijdens langdurig kwakkelweer

Voor schaatsliefhebbers is dit misschien wel het meest frustrerende weer dat er bestaat: net niet koud genoeg om het ijs snel te doen aangroeien. De komende dagen krijgen we in westelijk Vlaanderen echt kwakkelweer: meestal lichte en soms matige vorst tijdens de nachten, enkele graden boven het vriespunt overdag. Waar er al ijs ligt, groeit dat traag verder aan, maar voorlopig is het nergens sterk genoeg om schaatsers te kunnen dragen.

Een langgerekt hogedrukgebied strekt zich op dit ogenblik uit van Ierland tot Wit-Rusland en Oekraïne. De wigas ligt daarbij boven Nederland, zodat Vlaanderen nog net aan de koude kant van deze anticycloon zit.
Tot en met het weekend komt daar niet zo veel verandering in. We krijgen vrijwel elke dag vrij zonnig (en 's nachts helder) weer. In de nachten ligt het kwik meestal tussen -3 en -6°C, overdag rond +3°C.
Ik geef hieronder het lijstje van minimum- en maximumtemperaturen dat het Europese weermodel berekent voor de omgeving van Drongen. Het derde getal is de dauwpunttemperatuur (Td) overdag.

                               Tn            Tx          Td

  • vr 20/01      -4°           +4°         -10°
  • za 21/01      -4°           +3°         -13°
  • zo 22/01      -6°           +3°         -7°
  • ma 23/01    -3°            +4°         -11°
  • di 24/01      -1°            +5°          -2°


Die lage dauwpunttemperatuur is erg belangrijk. Bij een luchttemperatuur van +4° en een dauwpunt van -13° zoals op zaterdag, zal het ijs nauwelijks afsmelten. Dat betekent immers dat de lucht erg droog is en dus nog veel waterdamp kan opnemen. De verdamping van het smeltwater en de sublimatie van het ijs onttrekt warmte aan de omgeving. De ijsvloer houdt dus zichzelf koel.
Dat is ook duidelijk te zien aan de ijspluim voor onze omgeving. Ondanks het kwakkelweer wordt het ijs toch stilaan dikker.
Misschien is het de komende dagen mogelijk om hier en daar op een ondergelopen weiland te schaatsen. Bij het begin van vorst stonden er immers nogal wat weiden blank. Vraag in elk geval altijd toestemming aan de eigenaar van het weiland. Schaatsen op vijvers, poelen en sloten is voorlopig nog niet mogelijk.

De ijspluim letterlijk vertaald: de komende dagen groeit het ijs op ondiepe plassen nog wat aan tot rond 8cm. Daarna blijft het een tijdje stabiel. Op het einde van de periode zou de dooi intreden.


dinsdag 17 januari 2017

Windstil weer bevordert het dichtvriezen

Van mijn waarnemer ter plaatse, Thomas Devreeze, kreeg ik deze foto doorgestuurd van de Kraenepoel in Aalter, deze avond rond 17.30u genomen. De poel is grotendeels dichtgevroren. Dat is het grote voordeel van windstil weer. Een groot wateroppervlak zal sneller dichtvriezen bij -1°C en windstil weer dan pakweg bij -7°C en een krachtige wind.

De Kraenepoel in Aalter, dinsdagavond 17 januari 2017 om 17.30u. (Foto: Thomas Devreeze)


De reden is eenvoudig. Om te kunnen bevriezen, moet het water aan het oppervlak uiteraard afkoelen tot 0°C. Bij windstil weer zal het volledige oppervlak meteen volledig dichtvriezen met een dun vliesje als de bovenste millimeter van het wateroppervlak afkoelt tot onder de 0 graden.
Als er veel wind staat, wordt het koudste water aan het oppervlak voortdurend gemengd met het warmere water daaronder. De oppervlaktelaag koelt daardoor veel trager af tot aan  het vriespunt. Zo kan het dat bij een bulderende vorstinval met veel wind, soms na dagenlange permanente vorst er nog altijd geen ijs ligt op grotere poelen, kreken, meren en rivieren.

Het voordeel van weinig wind geldt alleen zolang het water nog niet volledig is dichtgevroren. Van zodra het oppervlak volledig dicht ligt, wordt het ijs uiteraard wel veel sneller dikker bij -7°C dan bij -1°C. De wind gaat het proces dan zelfs nog versnellen, omdat de stollingswarmte die vrij komt bij de vorming van ijs, beter wordt afgevoerd.

Of het ijs op de Kraenepoel nu snel dikker zal worden, is nog afwachten. We krijgen de komende dagen een gematigde winterperiode. Morgenochtend zal het licht tot matig vriezen in de omgeving van Aalter (-3 à -5°C). Overdag ligt het kwik er rond het vriespunt.
De dagen daarna krijgen we kwakkelweer: 's nachts enkele graden vorst, overdag enkele dagen dooi. Het zal van de bewolking afhangen of het ijs verder zal aangroeien. Bij helder weer komt er ijs bij (met beperkte dooi overdag, zelfs bij zeer zonnig weer), bij bewolkt weer komt er weinig of geen ijs bij tijdens de nachten en smelt het overdag meteen af van zodra het kwik boven de 0° komt (bewolking betekent immers meestal ook hogere dauwpunten en meer teruggekaatste infrarode stralen die het aardoppervlak warmer houden).

Gelukkig hebben we op de Kraenepoel bekwame ijsmeesters. Zij zullen de vorming van de ijsvloer de komende dagen nauwlettend in het oog houden. Ga in geen geval het ijs op vooraleer zij het licht op groen zetten.

maandag 16 januari 2017

Onzekerheid vanaf woensdag blijft

Een korte update bij het bericht hieronder van zaterdag, dat grotendeels blijft gelden.

De onzekerheid in de temperatuursverwachting vanaf woensdag blijft groot. Dat heeft te maken met de exacte positie van de hogedrukas de komende dagen. Blijft die vlak ten noorden van ons, dan blijven we nipt in droge, continentale en vrij koude lucht. In dat geval krijgen we nog brede opklaringen en kan het 's nachts matig vriezen. De maxima liggen iets boven het vriespunt.

Komt de wigas boven of vlak ten zuiden van onze omgeving te liggen, dan sijpelt er vochtigere zeelucht binnen en onstaat er veel gemakkelijker mist en/of lage bewolking. Vooral die bewolking tempert of verdrijft zelfs de vorst. De operationele berekening (rode lijn) komt met zo'n oplossing, waardoor  het kwik dag en nacht licht positief blijft. In dat geval ontstaat er uiteraard geen ijsvloer.

Op de lange termijn toont de pluim een duidelijke verzachting, maar laat ons eerst maar eens de komende dagen afwachten.
(Hieronder de pluim voor de regio Zuidoost-Nederland, omdat die in deze situatie het meest relevant is voor onze omgeving.)

(Bron grafiek: weerplaza.nl)

(Bron ijspluim: winterplaza.nl)

zaterdag 14 januari 2017

Betere kaarten voor Vlaanderen dan voor Nederland

De weermodellen berekenen vanaf maandag nog altijd een koude periode met vorst, maar zijn daarin net iets minder enthousiast dan de voorbije dagen het geval was. Maandag ontwikkelt het Azorenhoog een uitloper naar het zuiden van Scandinavië, waardoor er koudere landlucht vanover het afgekoelde Europese continent naar onze omgeving stroomt. Vanaf dinsdag lijkt de hogedrukkern zich niet boven Scandinavië, maar vlak ten noorden van onze omgeving te vestigen. Woensdag zien we de kern boven de Britse Eilanden, met een uitloper naar Centraal-Europa. Dat maakt het allemaal een beetje kantje-boordje wat betreft de aanvoer van winterkou.

Dinsdag ligt de hogedrukkern vlak ten noorden van onze omgeving


Dit is trouwens wel een scenario waarbij Vlaanderen beter af is dan Nederland. Zolang de wigas ten noorden van ons ligt, blijven we in de (vrij koude) landlucht vertoeven. Onze Noorderburen maken veel sneller kans op een westelijke of noordelijke component, waardoor er zachtere zeelucht binnensijpelt.

Wat betekent dat nu concreet? Vanaf maandag krijgen we droog en vrij koud winterweer. Maandag vriest het op veel plaatsen in Vlaanderen licht, overdag liggen de maxima rond +3 of +4°C. Dinsdag lijkt voorlopig de koudste dag te gaan worden in onze omgeving. 's Ochtends ligt het kwik rond -7°C, overdag rond het vriespunt.

Ook woensdagochtend vriest het matig in het Gentse, met minima opnieuw rond -7°C. Maar stilaan beginnen de 2 mogelijke scenario's zich af te tekenen in de berekeningen. Ofwel blijven we in de koude landlucht, met maxima onder het vriespunt, ofwel sijpelt er langzaam vochtigere zeelucht binnen waardoor de bewolking toeneemt en de vorst tempert. De koude variant lijkt voor Vlaanderen nog te overheersen.
Donderdag laat de hoofdberekening van het Europese model de zachtere lucht doordringen tot westelijk Vlaanderen, met positieve temperaturen. Een groot deel van de andere berekeningen laat de vorst wel aanhouden. Het klassieke "afwachten wie er gelijk krijgt" lijkt dan opnieuw begonnen. Voorlopig is er een grote kans dat het zeker 's nachts licht tot matig blijft vriezen.

Kort samengevat: voor liefhebbers van koud en droog vriesweer is er zeker nog hoop. Sneeuw valt er vanaf maandag niet te verwachten. En de kans op winterkou is groter voor Vlaanderen dan voor het noorden van Nederland.

De ijspluim ziet er iets minder gunstig uit dan eergisteren, maar biedt nog altijd mogelijkheden (en is beter dan die van het noorden van Nederland!)

donderdag 12 januari 2017

Eerst guur, daarna koud vriesweer

De ontwikkelingen op de weerkaarten zijn bijzonder boeiend de komende uren en dagen. Van guur waterkoud weer, schakelen we na het weekend allicht over op droog maar koud vriesweer.

Vanavond laat trekt de kern van een randdepressie pal over ons land. Dat maakt de verwachtingen zelfs op korte termijn bijzonder lastig. In de kern zelf is het tijdelijk windstil, maar vlak buiten de kern waait het erg hard. Er zit ook een actief neerslaggebied rond de kern heen gekruld.
Het Britse fijnmazige weermodel berekent een klein maar venijnig stormveldje, waarbij de gemiddelde wind voor onze kust kan uithalen tot 29 m/s, dat komt overeen met een zware storm (11 Bft) uit NW. Dat zou rond middernacht het geval zijn. Aangezien er op dat ogenblik een hoogwater is aan onze kust, moeten we ook dat in de gaten houden. Gelukkig is het stormveld erg klein, waardoor de strijklengte van de wind over het water beperkt is en er zich geen al te grote stormvloed kan opbouwen.

Rond 22u vanavond berekent het Amerikaanse model de kleine depressiekern pal boven Vlaanderen.


De neerslag rond deze kern valt eerst als regen, maar vooral in het binnenland kan deze regen overgaan in natte sneeuw. De intensiteit is zo groot, dat er lokaal een (nat) sneeuwdek kan komen te liggen in Vlaanderen. Een blijvertje is dat sneeuwdek nog niet, want het kwik blijft op de meeste plaatsen net boven het vriespunt.

Morgen vrijdag krijgen we dan een erg wisselvallige dag, met geregeld enkele regenbuien of winterse buien, bij maxima rond 5°C in de omgeving van Gent.
Op zee luwt de wind tijdelijk wat in de voormiddag tot 7 Bft uit WNW, om dan na de middag opnieuw aan te trekken tot 8 à 9 Bft uit NW. Die tijdelijke afname is goed nieuws voor het getij, want ze komt precies op het juiste moment om het stormtij wat binnen de perken te houden. De verwachtte waterstand voor het hoogwater van morgenmiddag in Oostende is voorlopig 620 cm TAW. Dat is erg hoog, maar iets minder hoog dan bijvoorbeeld de zogenaamde "Sinterklaasstorm" in 2013. Door die kleine verschuiving in de timing, komt nu wel het hoogwater in de nacht van vrijdag op zaterdag hoger uit. De verwachting is dan 590 cm TAW in Oostende.

Zaterdag en zondag staat er op de noordoostelijke flank van het Azorenhoog in onze omgeving een noordwestelijke stroming. Er worden nog altijd enkele buien aangevoerd, bij maxima rond 4°C.
Vanaf maandag begint de luchtdruk te stijgen boven het zuiden van Scandinavië. De wind draait naar het noordoosten en daar ligt, zoals we in het nieuws de voorbije weken konden zien, heel wat koude klaar. De weermodellen zijn er vrij zeker van dat begin volgende week deze koude lucht onze richting uit komt. Van de 50 berekeningen van het EPS van ECMWF zijn er maar een paar die van geen vorst willen weten. Het overgrote deel van de berekeningen gaat voor koud vriesweer, met in Gent minima tot rond -10°C en een grote kans op ijsdagen (met dus ook vorst overdag) vanaf dinsdag.

De "pluim" voor het zuiden van Nederland. Het overgrote deel van de berekeningen gaat voor koud vriesweer. Slechts een paar willen van geen vorst weten (maar kunnen het ook nog altijd bij het rechte eind hebben!)


De kans dat er zich volgende week een ijsvloer vormt is erg groot. Of dat ook tot schaatsijs zal leiden, is nog even afwachten. Daar zullen we de volgende dagen ongetwijfeld meer zicht op krijgen.

De bijhorende ijspluim voor het zuiden van Nederland ziet er niet slecht uit. Het gemiddelde komt zelfs aan 15 cm ijs op 24 januari. Maar dit is nog met een grote korrel zout te nemen.